Onderzoek

Schermafdruk 2017-10-22 20.53.38

Advertenties

Theoretisch kader

Feiten over IJsland
Onderwijs in IJsland
Inclusief onderwijs
Pre-school education
Compulsory education
Upper-secondary education
Curriculum
Beoordeling en prestatie gegevens
Kwaliteitsbewaking en evaluatie

Feiten over IJsland

IJsland bestaat uit 74 gemeentes met een aantal inwoners variërend van 53 tot 120.000. Op 1 januari 2013 was de bevolking van IJsland 321.857. In 2014 was 9,4 % van de bevolking immigrant. Polen en Vietnamezen vertegenwoordigen de grootste immigrantengroepen. Er is een sterk gevoel van gemeenschap en een hoog niveau van participatie van de burgers in IJsland. Er is vrijheid van religie in IJsland. De nationale kerk van IJsland is, volgens de grondwet, evangelisch-luthers. Vanaf 1 januari 2013 was 76% van de bevolking lid van de Nationale Lutherse Kerk, terwijl ongeveer 5,2% niet tot een religieuze gemeenschap behoort (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017).

Onderwijs in IJsland

De IJslandse onderwijswetgeving bestaat uit de voorschoolse wet van 2008, de wet op de verplichte school van 2008, de wet op het hoger secundair onderwijs van 2008 en de wet op het onderwijs en aanwerving van leraren en beheerders van kleuterscholen, -scholen van 2008. De Grondwet van IJsland zegt dat iedereen gelijk is voor de wet en geniet van de mensenrechten, ongeacht geslacht, religie, overtuigingen, herkomst, ras, huidskleur, economische status, voorgeslacht en andere status (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017). Ook wordt hierin benoemd dat scholen aan de leerbehoeften van alle leerlingen moeten voldoen, ongeacht hun lichamelijke of mentale vaardigheden.

De gemeentes zijn verantwoordelijk voor het functioneren van de basis- en middelbare scholen. De scholen van hoger secundair niveau vallen onder de bevoegdheid van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017). Scholen hebben een hoge autonomie, maar doelen en leerresultaten worden centraal gedefinieerd.

Inclusief onderwijs

Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (2014a) omschrijft een inclusieve school als een verplichte school in de gemeente van de leerlingen, waar aan de educatieve en maatschappelijke eisen van elke leerling wordt voldaan, met inachtneming van respect voor menselijke waarden en sociale rechtvaardigheid. De inclusieve school veronderstelt dat iedereen gelijke of gelijkwaardige studiemogelijkheden heeft en de opleiding geschikt is voor elk individu. De houding van de inclusieve school wordt gekenmerkt door respect voor de rechten van alle leerlingen om deel te nemen aan de leergemeenschap van de lokale school, ongeacht hun verwezenlijking of status. Dit basisprincipe in schoolactiviteiten in IJsland omvat universele betrokkenheid, toegang en deelname van elke leerling aan schoolactiviteiten. Inclusief onderwijs is een continu proces dat gericht is op het aanbieden van goed onderwijs voor iedereen. Respect wordt getoond voor de diversiteit en verschillende behoeften, vaardigheden en kenmerken van de leerlingen en er wordt geprobeerd alle vormen van discriminatie en desintegratie op school uit te sluiten.

Pre-school education

De voorschoolse opleiding start meestal op 2-jarige leeftijd. Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur stelt het voorschoolse nationale curriculum vast waarin de hoofddoelstellingen en de educatieve rol van de kleuterscholen worden vermeld. Elke voorschool is verantwoordelijk voor het voorbereiden van het curriculum. Scholen houden ook rekening met het beleid van de gemeente. De lokale overheden zijn verantwoordelijk voor het opzetten van interactieve samenwerking tussen kleuterscholen en scholen. Ouders dragen bij aan de exploitatiekosten van de kleuterscholen, alhoewel dit varieert van gemeente tot gemeente en kan afhangen van de omstandigheden van de ouders (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017).

Compulsory education

Na de Pre-school education zijn ouders verantwoordelijk dat hun kind naar compulsory education gaan (verplicht onderwijs). Een leerling kan afstuderen van de verplichte school door het voltooien van de 10-jarige verplichte opleiding, mits zij voldoen aan de eisen volgens de beschrijving van de leeruitkomsten in het Nationale Curriculumgidsen 2012 en 2014. De verplichte scholen worden 100% door de gemeente gefinancierd. Privé-verplichte scholen krijgen ten minste 75% van de geschatte gemiddelde totale operationele kosten van gemeenten. Ongeveer 2-3% van de leerlingen komt bij particuliere scholen (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017).

Upper-secondary education

Het middelbaar onderwijs is niet verplicht, maar iedereen die het verplichte onderwijs heeft afgerond, heeft het recht om zich op een middelbare school in te schrijven. De hogeschool biedt de leerlingen een keuze uit verschillende studieprogramma’s die een reeks voorbereidingen en rechten op het gebied van algemeen onderwijs, artistieke studies, academisch en beroepsonderwijs bieden. Iedereen heeft het wettelijk recht tot de leeftijd van 18 jaar, ongeacht hun resultaten op het einde van de verplichte schoolopleiding.

Curriculum

Het onderwijsbeleid, zoals beschreven in de Nationale Curriculum Guide van 2011 voor de drie schoolniveaus, berust op zes fundamentele pijlers: geletterdheid; duurzaamheid; gezondheid en welzijn; democratie en mensenrechten; gelijkheid en creativiteit (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017). De Gids benadrukt dat alle leerlingen gelijke studiemogelijkheden hebben en een kans krijgen om bepaalde vakken en leerbenaderingen te selecteren. Alle schoolactiviteiten moeten een gezonde levensstijl aanmoedigen en rekening houden met de verschillen in persoonlijkheid, ontwikkeling, talent, vaardigheden en interesses van elke individuele leerling, waardoor discriminatie van allerlei aard wordt voorkomen (European Agency for Special Needs and Inclusive Education, 2017).

Beoordeling en prestatie gegevens

Volgens de wet op de verplichte school moet de evaluatie van de resultaten en de voortgang van de leerlingen een vast onderdeel zijn van schoolactiviteiten. Het dient om te controleren of de leerlingen voldoen aan de doelstellingen die zijn vastgelegd in de Nationale Curriculum Guide en om te bepalen welke leerlingen speciale ondersteuning nodig hebben. Evaluatie is niet gestandaardiseerd tussen verschillende scholen en docenten. Leerlingen en hun ouders hebben recht op informatie over de evaluaties en de examens in de 4e, 7e en 9e graad. Na het voltooien van de verplichte schoolopleiding krijgen de leerlingen een certificaat dat hun eindjaarstudie opneemt.

Kwaliteitsbewaking en evaluatie

De onderwijsinspectie voert externe evaluaties uit op voorscholen, basisscholen en sinds 2014 ook voor het hoger vervolgonderwijs. Het doel van de externe evaluatie is om een algemeen beeld van de activiteiten van elke school of van specifieke aspecten te verkrijgen op een bepaald moment. Externe evaluatie is gebaseerd op een intern evaluatieverslag van de school, een bezoek ter plaatse, klassenobservaties in de basisscholen en interviews met de beheerders, personeel, ouders en leerling vertegenwoordigers. De onderwijsinspectie baseert zijn oordeel op basis van deze gegevens en het gebruik van kwaliteitsindicatoren.

Aanleiding

Onderdeel van de master Leren & innoveren van Driestar Educatief is het organiseren van een internationale studiereis naar een zelfgekozen bestemming. Tijdens deze studiereis wordt er een etnografisch/onderwijskundig onderzoek uitgevoerd waarin een beschrijving plaats vindt van de sociale-, culturele- en onderwijskundige kenmerken van de samenleving.

Het cohort 2016-2018 bestaat uit 10 studenten met een diverse onderwijsachtergrond. Tijdens verscheidene brainstormsessies is er nagedacht over het mogelijke thema van de studiereis zodat dit aansluit bij de diverse werkplekken. Een gezamenlijk, maar ook maatschappelijk gezien, actueel thema is Passend Onderwijs. Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Met de invoering van Passend Onderwijs sinds 1 augustus 2014 zijn scholen er verantwoordelijk voor om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.

De invoering van Passend onderwijs blijkt een lastig proces. De Onderwijsraad constateert twee problemen die een succesvolle uitvoering van het beleid in de weg staan. Er is te weinig informatie beschikbaar om de leerlingen die passend onderwijs nodig hebben goed te volgen en niet overal voldoet het aanbod aan de vraag. Om kinderen plek te bieden, werken scholen in georganiseerde samenwerkingsverbanden, maar in de praktijk blijkt dat de scholen nog te terughoudend zijn om zich te specialiseren. Volgens de Onderwijsraad moeten de samenwerkingsverbanden een actievere rol spelen om alle leerlingen in hun regio een passende plek te bieden. Scholen moeten zich meer specialiseren in een bepaald type beperking. Ook zou er in de onderwijspraktijk een negatief beeld zijn van passend onderwijs. Om de betrokkenheid en het draagvlak te vergroten, zullen de schoolbesturen, leraren en besturen daarom de doelen voor passend onderwijs verder moeten invullen. Ook moet binnen de schoolteams en op de lerarenopleidingen meer aandacht worden besteed aan passend onderwijs

Land van bestemming

IJsland beschikt over het meest toegankelijke onderwijssysteem ter wereld. In principe heeft elk kind in IJsland recht op onderwijs, ongeacht geslacht, woonplaats, godsdienst, handicap en sociale- of etnische afkomst. Het IJslandse Passend Onderwijs lijkt dus wel geslaagd. Het schoolsysteem is anders dan in Nederland, ze kennen geen basisschool maar hebben scholen voor leerlingen tussen de 6 en 16 jaar. IJsland is dunbevolkt, hierdoor zijn er in de dorpen kleine scholen opgezet. De overheid vindt dat ieder kind gelijke rechten in het onderwijs moet hebben. Daarom moeten er zoveel mogelijk kinderen meedraaien in het reguliere onderwijs. In IJsland hebben ouders recht om te bepalen waar hun kind naar school gaat. Ouders van een leerling met een zorgindicatie kiezen zelf een school. Dit zorgt er ook voor dat er diversiteit op de verschillende scholen ontstaat. Dit heeft tot gevolg dat er gedifferentieerd les gegeven moet worden.

 Doel van de studiereis

Tijdens deze studiereis gaan we onderzoeken op welke wijze de IJslandse visie op Inclusief Onderwijs wordt vormgegeven binnen het curriculum op schoolniveau en hopen we inzicht te krijgen in welke aspecten een inspiratiebron kunnen vormen voor het uitvoeren van passend onderwijs in Nederland.

 

 

Onderzoeksvragen

Hoofdvraag

In hoeverre is de visie op inclusief onderwijs in IJsland terug te zien in de uitvoering  van het curriculum op schoolniveau.

Deelvragen

  1. Welk beleid heeft de overheid van IJsland beschreven op het gebied van criteria, curriculum en toetsing en hoe wordt dit uitgezet in de diverse typen onderwijs (PO, VO, WO).
  2. Hoe worden leraren voorbereid op het uitvoeren van het door de overheid beschreven beleid?
  3. Op welke wijze is het beleid zichtbaar in de praktijk?
  4. Wat zijn de ervaringen van leraren, leerlingen en ouders op het gebied van criteria, curriculum en toetsing?
  5. Welke ingrediënten van het inclusief onderwijs op IJsland kunnen een inspiratiebron zijn voor het effectief uitvoeren van passend onderwijs in Nederland.

Onderzoeksopzet

Methodologie:
in dit onderzoek wordt een kwalitatief etnografische strategie centraal gesteld. Het onderzoeksdesign is flexibel en richt zich op direct en duurzaam contact met mensen waarbij de dagelijkse praktijk van de onderzochte centraal staat en observaties van groot belang zijn (O’Reilly, 2012). Het doel van het internationale onderzoek is tweedelig. Het richt zich op het verkennen en het beschrijven van hoe de onderwijsvisie binnen het onderwijs (curriculum) van IJsland vorm wordt gegeven. Hierdoor is er sprake van een beschrijvend en verkennend onderzoek. Het onderzoek zal inzicht geven hoe inclusief onderwijs binnen het curriculum van IJsland wordt vorm gegeven. Hierbij wordt inzicht verkregen in hoe leraren inclusief onderwijs concreet vormgeven binnen de lessen, hoe zij hierop voorbereid worden en hoe de ontwikkeling van de leerlingen binnen de onderzochte scholen gevolgd ofwel getoetst worden.

Door de onbekende context van het onderzoek wordt het onderzoeksproces flexibel opgezet om op nieuwe informatie, ervaringen en gegevens te kunnen reageren. Dit betekent dat er dagelijks gereflecteerd wordt op de ervaringen, informatie en resultaten en aan de hand hiervan keuzes gemaakt worden om onze onderzoeksdoel te behalen. De verkregen informatie en rapportage zal in een webpagina verwerkt worden en gedeeld.

Dataverzameling:
Binnen etnografisch onderzoek is het van belang om de context te observeren en te begrijpen vanuit de reële setting. Ervaren en observeren hoe mensen hun taken uitoefenen en hoe de omgeving hierop reageert is een belangrijk aspect (O’Reilly, 2012).

Om de complexiteit van de onbekende context te structureren en af te bakenen, tijd optimaal te benutten, antwoord te kunnen krijgen op de vraag en het thema te kunnen verkennen en te beschrijven is er gekozen om de onderzoekspopulatie in categorieën ofwel thema’s te splitsen. In totaal zullen er zes bezoeken plaats vinden.

 

Tabel 1, bezoeken in IJsland

1 Ministry of Education
2 Association of teachers in Iceland
3 Informal Education sector children with disabilities
4 Hitt húsið, The other house in the center of Reykjavik
5 Secondary-high-vocational school
6 Primary and secondary school

Het verkennen van het onderzoekthema op verschillende niveaus heeft als doel de validiteit van de beschrijving en conclusies te verhogen. Dit etnografisch onderzoek heeft een flexibel karakter. De hoeveelheid participanten zal nader worden beschreven.

Naast literatuuronderzoek zijn de twee voornaamste dataverzamelingstechnieken die in het onderzoek gebruikt worden: participerende observatie en diepte-interviews. Voor de geplande diepte-interviews zal er gebruik gemaakt worden van semi-gestructureerd vragenlijsten of topiclijsten met als doel de respondenten te stimuleren om zo vrij mogelijk uit te praten waardoor er in korte tijd meer inzicht in de context en thema verkregen kan worden. De respondenten zullen na het interview een incentive krijgen.

Ongestructureerde participerende observaties hebben als doel het meedoen met dagelijkse activiteiten binnen de onderzochte context. De participerende observaties zijn objectief van aard en zullen onder andere binnen de scholen en in de bezochte klassen uitgevoerd worden. Het gedrag van de individuen in het onderzoek zal zo gedetailleerd mogelijk beschreven gaan worden. Het doel is om zoveel mogelijk informatie te verzamelen om een verslag van het geobserveerde gedrag te kunnen geven.

De gestructureerde observatielijst zal gebruikt worden om deelvraag 3 te kunnen beantwoorden. Met behulp van een lesobservatieformulier waarbij gekeken wordt naar het klimaat in de klas, de inhoud en didactiek, de gegeven instructie, manier van oefenen, verwerken en terugblikken zal verslaglegging worden gedaan. De richtlijn van de European Agency for special Needs and Inclusive Education, 2017, zal hierbij gebruikt worden.

 

Data-analyse en uitwerking:
De data verkregen uit de diepte-interviews en participerende observaties zijn kwalitatief van aard. Om inzicht te krijgen in de verkregen informatie zullen aan het einde van de dag verwerking-bijeenkomsten (per themagroep en gehele groep) en reflectie-bijeenkomsten plaats vinden om de verkregen informatie te verwerken er zullen hieruit conclusies geformuleerd worden. Alle informatie en conclusies zullen op de webpagina verwerkt worden.

Aandachtspunten: door de beperkte tijd en kennis van de context moet er in de uitwerking van het onderzoek aandacht gegeven worden aan de beperkte generaliseerbaarheid van de verzamelde gegevens. Om de generaliseerbaarheid te verhogen zullen de verschillende bronnen (interview met leraren, leerlingen, ouders en beleidsmakers) met elkaar vergeleken en geanalyseerd worden.

Tabel 2. Deelvragen en dataverzamelingstechniek

Hoofdvraag:

In hoeverre is de visie op inclusief onderwijs in IJsland van invloed op de vormgeving van het curriculum op schoolniveau.

 

Deelvraag Dataverzamelingstechniek Meetinstrument Kartrekker
Deelvraag 1

Welk beleid heeft de overheid van IJsland beschreven op het gebied van criteria, curriculum en toetsing in de diverse typen onderwijs (PO, VO, WO)?

 

Diepte-interview

Literatuuronderzoek

Ongestructureerde participatieve observaties. Andrea

Gerben

Jessica

Deelvraag 2

Hoe worden leraren voorbereid op het uitvoeren van het door de overheid beschreven beleid?

 

 

 

Diepte-interview Ongestructureerde participatieve observaties. Corma

Danielle

Bert

Deelvraag 3

Op welke wijze is het beleid zichtbaar in de praktijk?

Participerende observaties Gestructureerde observatielijst. Alle onderzoekers
Deelvraag 4

Wat zijn de ervaringen van leraren, leerlingen en ouders op het gebied van criteria, curriculum en toetsing?

Participerende observaties

Diepte interview

Ongestructureerde participatieve observaties.

 

Jolien

Marijke

Jelle

 

Deelvraag 5

Welke ingrediënten van het inclusief onderwijs op IJsland kunnen een inspiratiebron zijn voor het effectief uitvoeren van passend onderwijs in Nederland?

Het eigen denken over onderwijs te plaatsen in een internationaal per-spectief (het eigen mentale model en het eigen referentiekader te verbreden en te verdiepen als gevolg van het cross-culturele en comparatieve leerproces). Geschreven en gesproken vlogs en blogs op de website.

(www.masterli.eu)

Alle onderzoekers

 

 

 

Literatuurlijst

Literatuurlijst

European Agency for Special Needs and Inclusive Education. (2017). Education for All in Iceland – External Audit of the Icelandic System for Inclusive Education. Geraadpleegd van
https://www.stjornarradid.is/media/menntamalaraduneyti-media/media/frettatengt2016/Final-report_External-Audit-of-the-Icelandic-System-for-Inclusive-Education.pdf

EP Nuffic. (2015). Het IJslandse onderwijssysteem beschreven en vergeleken met het Nederlandse. Geraadpleegd van https://www.nuffic.nl/publicaties/vind-een-publicatie/onderwijssysteem-ijsland.pdf

Scheepers, P., Tobi, H., Boeije, H. (2016) Onderzoeksmethoden. Amsterdam, Boom Amsterdam.
Scheepers, Tobi, Boeije. 2016. HS. 2 Het onderzoeksplan
Scheepers, Tobi, Boeije. 2016. HS. 7 Etnografisch Onderzoek

Smeets, Ed. (2007). Speciaal of apart. Onderzoek naar de omvang van het speciaal onderwijs in Nederland en andere Europese landen.
Smeets – Speciaal of apart

Nationale onderwijsgids. (2016, 5 december). ONDERWIJSRAAD: PASSEND ONDERWIJS MOET BETER. Geraadpleegd van https://www.nationaleonderwijsgids.nl/speciaal-onderwijs/nieuws/36565-onderwijsraad-passend-onderwijs-moet-beter.html

Onderwijsraad, Maassen van de Brink, H., & Rest, A. van der. (2016). passend onderwijs. Geraadpleegd van https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2016/passend-onderwijs/volledig/item7483

O’REILLY, K., 2012. Ethnographic methods [second edition]. Abingdon: Routledge, 272pp.
Geraadpleegd van https://dspace.lboro.ac.uk/dspace-jspui/bitstream/2134/15689/3/EthnographicMethods2KOR.pdf

Pelt, A. van. (2014, 13 oktober). Onderwijs in het buitenland #1: een eigen draai op IJsland. Geraadpleegd van https://www.tumult.nl/onderwijs-in-het-buitenland-1-een-eigen-draai-op-ijsland/

Conclusie

Hoofdvraag: In hoeverre is de visie op inclusief onderwijs in IJsland terug te zien in de uitvoering van het curriculum op schoolniveau.

IJsland heeft in 2016 een uitgebreid audit onderzoek gehad van OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development).

 

Uit dit onderzoek kwam een aantal krachtige elementen naar voren:

  • Alle betrokkenen delen de visie dat inclusief onderwijs belangrijk is voor de maatschappij
  • Er is een sterke basis van wetgeving en beleid die in overeenstemming is met internationale verdragen met betrekking tot de rechten van de lerenden.
  • De mate van systeemflexibiliteit betekent dat scholen kansen hebben om te innoveren en ‘samengevoegde’ initiatieven ontwikkelen en uitvoeren.
  • Het algemene onderwijssysteem van IJsland is relatief goed uitgerust – de uitgaven voor onderwijs zijn hoger dan in andere OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).
  • Er is veel begrip onder school-, lokale en nationale belanghebbenden dat het personeelsbeleid en in het bijzonder professionele ontwikkeling, misschien wel de meest cruciale hefboom is voor het verbeteren van de kwaliteit van inclusief onderwijs in IJsland.

Om inclusief onderwijs volledig te implementeren heeft de OECD aanbevelingen geformuleerd:

  • Zorg ervoor dat alle belanghebbenden inclusief onderwijs zien als de basis voor hoogwaardig onderwijs voor alle leerlingen
  • In het licht van de gedeelde dialoog ervoor zorgen dat wetgeving en nationaal en lokaal beleid een op rechten gebaseerde benadering van inclusief onderwijs bevorderen
  • Er dient een flexibel mechanisme voor de toewijzing van middelen ontwikkeld te worden, zodat de capaciteit van het systeem om inclusief te zijn, vergroot wordt
  • Ontwikkel initiële en doorlopende beroepsopleidingsmogelijkheden die zijn afgestemd op nationale en lokale beleidsdoelen en schoolontwikkelingsplannen om het vermogen van alle belanghebbenden om inclusieve praktijken effectief te ontwikkelen en te ondersteunen.
  • Bouw aan de capaciteit van ondersteunende systemen op alle niveaus om inclusieve leeromgevingen te bieden door een geïntegreerd continuüm van ondersteuning en middelen
  • Ontwikkel de capaciteit van alle belanghebbenden om inclusief te denken en te handelen in hun dagelijkse praktijk om inclusieve leergemeenschappen op te bouwen

 

Het ministerie heeft op basis van dit auditrapport al een aantal stappen ondernomen. De minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur vormt een stuurgroep met vertegenwoordigers van alle betrokkenen voor een efficiënte follow-up van de audit in de komende jaren. Een seminar in augustus was een eerste stap naar verdere samenwerking bij het succesvol implementeren van inclusief onderwijsbeleid. Daarnaast zijn er discussies georganiseerd in de bredere schoolcommuniteiten tussen alle betrokkenen.

 

Conclusie:

IJsland heeft voldoende zicht op de krachten en ontwikkelpunten van het inclusieve onderwijs en heeft helder welke stappen er nog gezet moeten worden. De krachtige basis staat: er is een maatschappelijk commitment voor inclusief onderwijs. Dit is voelbaar in de scholen, maar ook in de buitenschoolse programma’s.

Er is een nationaal curriculum beschreven dat als leidraad dient voor de gemeenten en scholen. Autonomie, eigenaarschap en maatwerk worden bij de uitvoering van dit curriculum belangrijk gevonden. Dit hebben we teruggezien en gehoord tijdens alle bezoeken.

Er moeten echter nog obstakels worden overwonnen: er is behoefte aan meer goed opgeleide mensen, professionalisering en ondersteuning in de scholen. Een leraar in het basisonderwijs heeft een lage status in IJsland. In het voortgezet onderwijs is dit niet het geval. De uitdaging is om het beroep aantrekkelijker te maken.

De beschreven visie op inclusief onderwijs hebben we terug kunnen zien in de praktijk. Leerlingen krijgen gelijke studiemogelijkheden. Alle leerlingen zijn welkom op scholen, ook leerlingen met intensieve onderwijs –of zorgbehoeften. Er wordt rekening gehouden met de behoeften van leerlingen, waarbij indien nodig het curriculum wordt aangepast en extra ondersteuning wordt geboden. Er is veel aandacht voor de persoonlijkheid van leerlingen en ruimte voor kunst en creativiteit.

Ook in de manier waarop er wordt om gegaan met toetsen in het beleid van IJsland terug te zien. Er zijn een paar verplichte, landelijke toetsen. Verder mogen de scholen zelf bepalen hoe zij resultaten van leerlingen beoordelen. Formatief toetsen wordt op veel scholen ingezet.

 

 

 

Deelvraag 1: Welk beleid heeft de IJslandse overheid beschreven in termen van criteria, curriculum en toetsing en hoe wordt dit beleid geïmplementeerd in de verschillende soorten onderwijs (PO, VO, WO)?

 

Criteria en curriculum

Het ministerie van onderwijs heeft het onderwijsbeleid beschreven in de Nationale Curriculumgids van 2011 voor drie schoolniveaus (Bóasdóttir, 2017). Dit beleid berust op zes fundamentele pijlers: geletterdheid; duurzaamheid; gezondheid en welzijn; democratie en mensenrechten; gelijkheid; creativiteit. Het nationaal curriculum benadrukt dat alle studenten gelijke studiemogelijkheden hebben en de kans krijgen om onderwerpen en leerbenaderingen te selecteren. Alle schoolactiviteiten moeten een gezonde levensstijl aanmoedigen en rekening houden met de verschillen in persoonlijkheid, ontwikkeling, talent, vaardigheden en interesses van elke individuele leerling, en discriminatie van allerlei aard voorkomen (Bóasdóttir, 2017). De implementatie van het onderwijsbeleid in de verschillende soorten onderwijs gaat via lagen namelijk het gemeentelijk curriculum, het schoolcurriculum, het klassencurriculum en het geïndividualiseerd curriculum voor gehandicapte en SEN-leerlingen.

Voor iedere laag in deze implementatie is er sprake van autonomie. Het nationaal curriculum is een leidraad. De gemeentes, scholen en leerkrachten kunnen het uitvoeren van het nationaal curriculum in hun schoolpraktijk zelf vormgeven. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar om het onderwijsbeleid in de praktijk uit te voeren.

 

Toetsing

Volgens de leerplichtwet moet de beoordeling van de resultaten en vooruitgang van leerlingen een vast onderdeel zijn van schoolactiviteiten (Bóasdóttir, 2017). Het dient om te controleren of leerlingen de doelstellingen uit de Nationale Curriculumgids halen en om te bepalen welke leerlingen speciale ondersteuning nodig hebben. De beoordeling is niet gestandaardiseerd. Er zijn een aantal verplichte, landelijke toetsen, verder is het aan scholen om te bepalen hoe zij hun leerlingen beoordelen. Leerlingen en hun ouders hebben recht op informatie over beoordelingen en de examens in de 4e, 7e en 9e klas. Na voltooiing van het verplichte schoolonderwijs ontvangen de leerlingen een certificaat waarin hun laatstejaarsbeoordeling wordt vastgelegd. Uit de PISA-resultaten 2015 (OESO, 2016b) blijkt dat de gemiddelde leerling in IJsland 482 scoorde in leesvaardigheid en 488 in wiskunde en 473 in wetenschappen. Dit is lager dan het OESO-gemiddelde.

Het ministerie van onderwijs voert evaluaties uit voor de kleuter –en basisscholen en sinds 2014 voor middelbare scholen. Het doel van deze evaluatie is om een algemeen beeld te krijgen van de activiteiten van iedere school of van specifieke aspecten op een bepaald moment. Deze evaluaties zijn gebaseerd op het interne evaluatieverslag van de school, een bezoek ter plaatse, observaties in de klas en interviews met de directie, het personeel, de ouders en de vertegenwoordigers van de leerlingen (Bóasdóttir, 2017).

 

Conclusie:

Hoewel er vanuit de overheid aan verschillende eisen voor de implementatie van inclusief onderwijs is voldaan, bestaat er nog een afstand tussen het opgestelde beleid en de implementatie van het beleid binnen het onderwijs. De doorvoering van inclusief onderwijs is naast het beleid van de overheid ook afhankelijk van het beleid van de gemeente waarin de school zich bevindt. De mate van de implementatie van inclusief onderwijs verschilt per school.

Wat betreft het uitvoeren van evaluaties op het gebied onderwijskwaliteit door het ministerie van onderwijs is duidelijk geworden dat de grote afstanden en weersomstandigheden het lastig maken de evaluaties met regelmaat uit te voeren. In de praktijk blijkt dat de cyclus om alle scholen te bezoeken ongeveer 15 jaar in beslag neemt. De wens is om scholen vaker te kunnen bezoeken (Bóasdóttir, 2017).

 

 

Deelvraag 2: Hoe worden leraren voorbereid op het uitvoeren van het door de overheid beschreven beleid?

 

In IJsland is sprake van een lerarentekort. In 2015 bedroeg het aantal leraren met een licentie 94,6% op basisscholen en middelbaar onderwijs en 29,4% op kleuterscholen. De wet in IJsland vereist een 180-credit bachelor’s degree en een 120-credit master’s degree om een licentie te behalen om les te geven op een kleuterschool, basisschool en middelbare school (Bóasdóttir, 2017).

Om leerkrachten beter voor te bereiden en hun vaardigheden te vergroten is de duur van de lerarenopleiding uitgebreid van 3 naar 5 jaar (Steingrímsdóttir, 2017).

Een formele introductie of een gestructureerde ondersteuningsfase voor nieuw opgeleide leraren bestaat niet in IJsland. Sommige gemeenten en sommige middelbare scholen bieden informele ondersteuning. Nieuwe leerkrachten krijgen minder lesuren dan andere leerkrachten in het eerste jaar. Er zijn fondsen beschikbaar voor professionele ontwikkeling op de verschillende schoolniveaus (Steingrímsdóttir, 2017) en leraren kunnen naar het buitenland reizen om toegang te krijgen tot professionele ontwikkelingskansen (Bóasdóttir, 2017).

 

Conclusie:

Er is voldoende ruimte voor leraren om (via de vakbond) het gesprek over het beleid te voeren om inclusief onderwijs binnen hun school vorm te geven. De lerarenopleiding is verlengd om aankomende leraren beter voor te bereiden. Er is echter behoefte aan meer tijd, training en een positieve houding van leraren ten opzichte van inclusief onderwijs om inclusief onderwijs succesvol uit te kunnen voeren.

 

Deelvraag 3: Hoe wordt het beleid in de praktijk zichtbaar gemaakt?

 

Bij alle bezoeken was het beleid rondom inclusief onderwijs zichtbaar. Zowel op scholen, als in informal education is te zien dat alle kinderen welkom zijn.

Op scholen was te zien dat leerkrachten rekening houden met de verschillen in persoonlijkheid, ontwikkeling, talent, vaardigheden en interesses, waarbij het eigenaarschap bij de kinderen ligt en er veel ruimte is voor creativiteit. Er is aandacht voor de behoeften van ieder kind en indien nodig worden hier aanpassingen in het aanbod voor gedaan. Zo zagen we dat bepaalde leerlingen een afgeschermde werkplek hadden en er een duidelijk protocol en rolverdeling was voor boze leerlingen. Binnen scholen zijn specialisten werkzaam die observeren, adviseren en met individuele kinderen werken.

Leerlingen met diagnoses krijgen een extra budget waarvoor bijvoorbeeld individuele ondersteuning wordt ingekocht. Dit zijn vaak studenten of jonge mensen die werkervaring willen opdoen. Er zijn financiële middelen beschikbaar om groepjes leerlingen extra les te geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling door een vakdocent.

Bij de “informal education” is de aandacht gevestigd op de kwaliteiten en talenten van alle leerlingen en sociale vaardigheden in plaats van op toetsresultaten en cognitie die binnen het onderwijs relatief veel zwaarder wegen. Alle kinderen zijn welkom en er wordt zoveel mogelijk op hun behoeften ingespeeld.

Van leraren hoorden we wel kritiek: er zijn te weinig mensen om de hulp te bieden die nodig is, de werkdruk is hoog, de salarissen zijn te laag en het beroep is niet populair (Björnsdóttir, 2017).

 

 

Deelvraag 4: Wat zijn de ervaringen van docenten, studenten en ouders op het gebied van criteria, curriculum en toetsing?

 

Er is algemene overeenstemming over het beleid wat betreft inclusieve scholen, maar schoolbestuurders en personeel vinden dat de implementatie van inclusief onderwijs onvoldoende wordt beheerd of gefinancierd (Bóasdóttir, 2017). De evaluatie van de implementatie van inclusief onderwijsbeleid in 2015 liet zien dat er algemene overeenstemming is met de ideologie van inclusief onderwijs, maar veel belanghebbenden voelden de behoefte aan meer middelen, verbeterde professionele ontwikkeling en ondersteuning voor scholen, evenals meer onderzoek om effectieve implementatie mogelijk te maken. Er bleken veel verschillende opvattingen over inclusief onderwijs te bestaan, vandaar de dringende behoefte aan nadere opheldering van dit beleid.

Veel leraren zijn met name van mening dat inclusief onderwijs tot extra werklast leidt. Bovendien voelden leraren zich niet voldoende toegerust om te voldoen aan de eisen die voortvloeiden uit meer diversiteit in de klas. Er moet worden ingegaan op de ‘grijze gebieden’ rond de rollen en verantwoordelijkheden van het ministerie en de gemeenten in dit belangrijke werkterrein, dat in zijn hart samenwerking en samenwerking op alle niveaus vereist.

 

Leraren hebben over het algemeen behoefte aan meer ondersteuning van deskundigen en ervaren de werkdruk als hoog (Steingrímsdóttir, 2017). Het bieden van inclusief onderwijs is niet altijd eenvoudig uitvoerbaar. Met name het aanpassen van werkvormen en het kunnen bieden van de juiste ondersteuning voor moeilijk verstaanbaar gedrag en eventuele lichamelijke zorg vraagt om andere deskundigheid.

De ervaringen van leraren op secondary-highschool en vocational school zijn positief. De leraren stralen enthousiasme en gedrevenheid uit.

Op enkele landelijke verplichte toetsen na zijn scholen vrij om te bepalen hoe toetsen worden ingezet (Björnsdóttir, 2017). De inspectie controleert amper op opbrengsten en komt slechts eens in de 5 à 6 jaar langs. In deze bezoeken staat de hulpvraag van de scholen centraal en niet de controle. Deze autonomie wordt door de leraren als zeer positief ervaren. De toetsing is vaak formatief en bestaat uit het geven van feedback op het leerproces. Zowel leerkrachten als ouders en leerlingen staan hier positief tegenover. Er lijkt minder sprake te zijn van een opbrengstencultuur zoals in Nederland.

Ouders mogen zelf een school voor hun kind kiezen (Bóasdóttir, R. & Þorsteinsson, R, Department of Education, Reykjavík). Ook wanneer een kind een beperking heeft, is de school verplicht het kind aan te nemen en het onderwijs te bieden dat het kind nodig heeft. Scholen maken indien nodig handelingsplannen in samenwerking met specialisten. Ouders worden betrokken bij het maken van deze plannen. Iedere zes weken wordt een groot overleg gehouden waarin het plan wordt geëvalueerd en nieuwe doelen worden gesteld. Volgens Björnsdóttir (2017) hebben ouders een positieve houding ten opzichte van inclusief onderwijs.

 

Conclusie:

Scholen en leraren ervaren veel autonomie wat betreft de uitvoering van het curriculum en toetsing. Hierdoor ligt het eigenaarschap bij de leraren en de leerlingen. Er lijkt een maatschappelijke commitment te zijn over inclusief onderwijs. Alle betrokkenen zien het belang ervan in. Toch vinden leraren het lastig om inclusief onderwijs uit te voeren. Om inclusief onderwijs succesvol te implementeren dienen zowel voorwaarden als behoeften verder verkend en vervuld te worden.

 

 

Deelvraag 5: Welke ingrediënten van inclusief onderwijs in IJsland kunnen een bron van inspiratie zijn voor de effectieve uitvoering van inclusief onderwijs in Nederland?

Ragnheiður Bóasdóttir, Ministry of Education, Science and Culture heeft ons aanbevelingen gegeven voor de invoering van inclusief onderwijs in Nederland, die wij hier graag willen noemen. Bóasdóttir (2017) geeft aan dat het van belang is een sterk gemeenschapsgevoel en een beleidsdoelstelling te creëren om hoogwaardig onderwijs te bieden aan alle leerlingen. De natie, de lokale gemeenschap en scholen moeten de voordelen van een diverse samenleving en een divers onderwijssysteem begrijpen. Een stevig fundament van wetgeving en beleid dat in overeenstemming is met internationale verdragen met betrekking tot de rechten van leerlingen is belangrijk.

Bóasdóttir adviseert een goede opleiding van leraren en het team, waarbij het team hoge verwachtingen schept voor alle leerlingen op alle schoolniveaus. Leerlingen kunnen sterker gemaakt worden door toegang tot goed lesmateriaal dat past bij hun behoeften.

Het eigenaarschap van leerlingen kan worden vergroot door leerlingen meer inspraak te geven bij besluitvorming op schoolniveau, evenals besluitvorming over hun eigen leerproces.

En laatst, maar zeer belangrijk punt is het opzetten van een financieringsmechanisme dat een succesvolle implementatie van inclusief onderwijs mogelijk maakt.

 

Onze studiereis naar IJsland heeft ons veel inspiratie bezorgd. Opvallend is het maatschappelijke commitment dat er is voor inclusief onderwijs. Alle personen die we hebben gesproken geven aan dat inclusief onderwijs belangrijk is en breed wordt gedragen. Dit kan een grote bron van inspiratie zijn voor Nederland, waar nog geen maatschappelijk overeenstemming is over het belang van inclusief onderwijs. In IJsland is iedere leerling welkom op school en wordt er gekeken welke ondersteuning er nodig is om leerlingen het best mogelijke onderwijs te bieden. Hierbij wordt het hele team en de ouders betrokken en wordt ervan uit gegaan dat leerlingen gestimuleerd kunnen worden door oefening en ondersteuning. Growth mindset is zichtbaar in de praktijk.

Een andere bron van inspiratie is de manier van toetsen in IJsland. Waar in Nederland een opbrengstencultuur heerst, is in IJsland meer ruimte voor formatieve toetsing, autonomie, eigenaarschap en talentontwikkeling bij leerlingen. Er wordt naast de zaakvakken ook tijd besteed aan handvaardigheid, tekenen, koken en muziek. Vakken waar in Nederland vaak op bezuinigd wordt.

De inspectie heeft in IJsland een meer ondersteunende rol in plaats van een controlerende. Scholen worden niet afgerekend op zwakkere opbrengsten. Door middel van dialoog wordt bekeken welke keuzes scholen maken bij de uitvoering van het curriculum en wat er eventueel anders kan.

En dan geld, een actueel discussiepunt in Nederland! Er is in IJsland duidelijk meer geld beschikbaar voor het onderwijs waardoor er meer middelen kunnen worden ingezet die nodig zijn inclusief onderwijs te bewerkstelligen.

De magische, borrelende en stomende natuur van IJsland is de kers op de taart. Het respect voor de natuur is overal waarneembaar en de natuur wordt betrokken bij het onderwijs. Er wordt veel buiten gespeeld en vele activiteiten worden buiten uitgevoerd, ook als het regent, sneeuwt of vriest.

We zijn zeer dankbaar voor de gastvrijheid van de IJslanders en de prachtige, leerzame week die we er met elkaar hebben doorgebracht.