Conclusie

Hoofdvraag: In hoeverre is de visie op inclusief onderwijs in IJsland terug te zien in de uitvoering van het curriculum op schoolniveau.

IJsland heeft in 2016 een uitgebreid audit onderzoek gehad van OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development).

 

Uit dit onderzoek kwam een aantal krachtige elementen naar voren:

  • Alle betrokkenen delen de visie dat inclusief onderwijs belangrijk is voor de maatschappij
  • Er is een sterke basis van wetgeving en beleid die in overeenstemming is met internationale verdragen met betrekking tot de rechten van de lerenden.
  • De mate van systeemflexibiliteit betekent dat scholen kansen hebben om te innoveren en ‘samengevoegde’ initiatieven ontwikkelen en uitvoeren.
  • Het algemene onderwijssysteem van IJsland is relatief goed uitgerust – de uitgaven voor onderwijs zijn hoger dan in andere OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).
  • Er is veel begrip onder school-, lokale en nationale belanghebbenden dat het personeelsbeleid en in het bijzonder professionele ontwikkeling, misschien wel de meest cruciale hefboom is voor het verbeteren van de kwaliteit van inclusief onderwijs in IJsland.

Om inclusief onderwijs volledig te implementeren heeft de OECD aanbevelingen geformuleerd:

  • Zorg ervoor dat alle belanghebbenden inclusief onderwijs zien als de basis voor hoogwaardig onderwijs voor alle leerlingen
  • In het licht van de gedeelde dialoog ervoor zorgen dat wetgeving en nationaal en lokaal beleid een op rechten gebaseerde benadering van inclusief onderwijs bevorderen
  • Er dient een flexibel mechanisme voor de toewijzing van middelen ontwikkeld te worden, zodat de capaciteit van het systeem om inclusief te zijn, vergroot wordt
  • Ontwikkel initiële en doorlopende beroepsopleidingsmogelijkheden die zijn afgestemd op nationale en lokale beleidsdoelen en schoolontwikkelingsplannen om het vermogen van alle belanghebbenden om inclusieve praktijken effectief te ontwikkelen en te ondersteunen.
  • Bouw aan de capaciteit van ondersteunende systemen op alle niveaus om inclusieve leeromgevingen te bieden door een geïntegreerd continuüm van ondersteuning en middelen
  • Ontwikkel de capaciteit van alle belanghebbenden om inclusief te denken en te handelen in hun dagelijkse praktijk om inclusieve leergemeenschappen op te bouwen

 

Het ministerie heeft op basis van dit auditrapport al een aantal stappen ondernomen. De minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur vormt een stuurgroep met vertegenwoordigers van alle betrokkenen voor een efficiënte follow-up van de audit in de komende jaren. Een seminar in augustus was een eerste stap naar verdere samenwerking bij het succesvol implementeren van inclusief onderwijsbeleid. Daarnaast zijn er discussies georganiseerd in de bredere schoolcommuniteiten tussen alle betrokkenen.

 

Conclusie:

IJsland heeft voldoende zicht op de krachten en ontwikkelpunten van het inclusieve onderwijs en heeft helder welke stappen er nog gezet moeten worden. De krachtige basis staat: er is een maatschappelijk commitment voor inclusief onderwijs. Dit is voelbaar in de scholen, maar ook in de buitenschoolse programma’s.

Er is een nationaal curriculum beschreven dat als leidraad dient voor de gemeenten en scholen. Autonomie, eigenaarschap en maatwerk worden bij de uitvoering van dit curriculum belangrijk gevonden. Dit hebben we teruggezien en gehoord tijdens alle bezoeken.

Er moeten echter nog obstakels worden overwonnen: er is behoefte aan meer goed opgeleide mensen, professionalisering en ondersteuning in de scholen. Een leraar in het basisonderwijs heeft een lage status in IJsland. In het voortgezet onderwijs is dit niet het geval. De uitdaging is om het beroep aantrekkelijker te maken.

De beschreven visie op inclusief onderwijs hebben we terug kunnen zien in de praktijk. Leerlingen krijgen gelijke studiemogelijkheden. Alle leerlingen zijn welkom op scholen, ook leerlingen met intensieve onderwijs –of zorgbehoeften. Er wordt rekening gehouden met de behoeften van leerlingen, waarbij indien nodig het curriculum wordt aangepast en extra ondersteuning wordt geboden. Er is veel aandacht voor de persoonlijkheid van leerlingen en ruimte voor kunst en creativiteit.

Ook in de manier waarop er wordt om gegaan met toetsen in het beleid van IJsland terug te zien. Er zijn een paar verplichte, landelijke toetsen. Verder mogen de scholen zelf bepalen hoe zij resultaten van leerlingen beoordelen. Formatief toetsen wordt op veel scholen ingezet.

 

 

 

Deelvraag 1: Welk beleid heeft de IJslandse overheid beschreven in termen van criteria, curriculum en toetsing en hoe wordt dit beleid geïmplementeerd in de verschillende soorten onderwijs (PO, VO, WO)?

 

Criteria en curriculum

Het ministerie van onderwijs heeft het onderwijsbeleid beschreven in de Nationale Curriculumgids van 2011 voor drie schoolniveaus (Bóasdóttir, 2017). Dit beleid berust op zes fundamentele pijlers: geletterdheid; duurzaamheid; gezondheid en welzijn; democratie en mensenrechten; gelijkheid; creativiteit. Het nationaal curriculum benadrukt dat alle studenten gelijke studiemogelijkheden hebben en de kans krijgen om onderwerpen en leerbenaderingen te selecteren. Alle schoolactiviteiten moeten een gezonde levensstijl aanmoedigen en rekening houden met de verschillen in persoonlijkheid, ontwikkeling, talent, vaardigheden en interesses van elke individuele leerling, en discriminatie van allerlei aard voorkomen (Bóasdóttir, 2017). De implementatie van het onderwijsbeleid in de verschillende soorten onderwijs gaat via lagen namelijk het gemeentelijk curriculum, het schoolcurriculum, het klassencurriculum en het geïndividualiseerd curriculum voor gehandicapte en SEN-leerlingen.

Voor iedere laag in deze implementatie is er sprake van autonomie. Het nationaal curriculum is een leidraad. De gemeentes, scholen en leerkrachten kunnen het uitvoeren van het nationaal curriculum in hun schoolpraktijk zelf vormgeven. Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar om het onderwijsbeleid in de praktijk uit te voeren.

 

Toetsing

Volgens de leerplichtwet moet de beoordeling van de resultaten en vooruitgang van leerlingen een vast onderdeel zijn van schoolactiviteiten (Bóasdóttir, 2017). Het dient om te controleren of leerlingen de doelstellingen uit de Nationale Curriculumgids halen en om te bepalen welke leerlingen speciale ondersteuning nodig hebben. De beoordeling is niet gestandaardiseerd. Er zijn een aantal verplichte, landelijke toetsen, verder is het aan scholen om te bepalen hoe zij hun leerlingen beoordelen. Leerlingen en hun ouders hebben recht op informatie over beoordelingen en de examens in de 4e, 7e en 9e klas. Na voltooiing van het verplichte schoolonderwijs ontvangen de leerlingen een certificaat waarin hun laatstejaarsbeoordeling wordt vastgelegd. Uit de PISA-resultaten 2015 (OESO, 2016b) blijkt dat de gemiddelde leerling in IJsland 482 scoorde in leesvaardigheid en 488 in wiskunde en 473 in wetenschappen. Dit is lager dan het OESO-gemiddelde.

Het ministerie van onderwijs voert evaluaties uit voor de kleuter –en basisscholen en sinds 2014 voor middelbare scholen. Het doel van deze evaluatie is om een algemeen beeld te krijgen van de activiteiten van iedere school of van specifieke aspecten op een bepaald moment. Deze evaluaties zijn gebaseerd op het interne evaluatieverslag van de school, een bezoek ter plaatse, observaties in de klas en interviews met de directie, het personeel, de ouders en de vertegenwoordigers van de leerlingen (Bóasdóttir, 2017).

 

Conclusie:

Hoewel er vanuit de overheid aan verschillende eisen voor de implementatie van inclusief onderwijs is voldaan, bestaat er nog een afstand tussen het opgestelde beleid en de implementatie van het beleid binnen het onderwijs. De doorvoering van inclusief onderwijs is naast het beleid van de overheid ook afhankelijk van het beleid van de gemeente waarin de school zich bevindt. De mate van de implementatie van inclusief onderwijs verschilt per school.

Wat betreft het uitvoeren van evaluaties op het gebied onderwijskwaliteit door het ministerie van onderwijs is duidelijk geworden dat de grote afstanden en weersomstandigheden het lastig maken de evaluaties met regelmaat uit te voeren. In de praktijk blijkt dat de cyclus om alle scholen te bezoeken ongeveer 15 jaar in beslag neemt. De wens is om scholen vaker te kunnen bezoeken (Bóasdóttir, 2017).

 

 

Deelvraag 2: Hoe worden leraren voorbereid op het uitvoeren van het door de overheid beschreven beleid?

 

In IJsland is sprake van een lerarentekort. In 2015 bedroeg het aantal leraren met een licentie 94,6% op basisscholen en middelbaar onderwijs en 29,4% op kleuterscholen. De wet in IJsland vereist een 180-credit bachelor’s degree en een 120-credit master’s degree om een licentie te behalen om les te geven op een kleuterschool, basisschool en middelbare school (Bóasdóttir, 2017).

Om leerkrachten beter voor te bereiden en hun vaardigheden te vergroten is de duur van de lerarenopleiding uitgebreid van 3 naar 5 jaar (Steingrímsdóttir, 2017).

Een formele introductie of een gestructureerde ondersteuningsfase voor nieuw opgeleide leraren bestaat niet in IJsland. Sommige gemeenten en sommige middelbare scholen bieden informele ondersteuning. Nieuwe leerkrachten krijgen minder lesuren dan andere leerkrachten in het eerste jaar. Er zijn fondsen beschikbaar voor professionele ontwikkeling op de verschillende schoolniveaus (Steingrímsdóttir, 2017) en leraren kunnen naar het buitenland reizen om toegang te krijgen tot professionele ontwikkelingskansen (Bóasdóttir, 2017).

 

Conclusie:

Er is voldoende ruimte voor leraren om (via de vakbond) het gesprek over het beleid te voeren om inclusief onderwijs binnen hun school vorm te geven. De lerarenopleiding is verlengd om aankomende leraren beter voor te bereiden. Er is echter behoefte aan meer tijd, training en een positieve houding van leraren ten opzichte van inclusief onderwijs om inclusief onderwijs succesvol uit te kunnen voeren.

 

Deelvraag 3: Hoe wordt het beleid in de praktijk zichtbaar gemaakt?

 

Bij alle bezoeken was het beleid rondom inclusief onderwijs zichtbaar. Zowel op scholen, als in informal education is te zien dat alle kinderen welkom zijn.

Op scholen was te zien dat leerkrachten rekening houden met de verschillen in persoonlijkheid, ontwikkeling, talent, vaardigheden en interesses, waarbij het eigenaarschap bij de kinderen ligt en er veel ruimte is voor creativiteit. Er is aandacht voor de behoeften van ieder kind en indien nodig worden hier aanpassingen in het aanbod voor gedaan. Zo zagen we dat bepaalde leerlingen een afgeschermde werkplek hadden en er een duidelijk protocol en rolverdeling was voor boze leerlingen. Binnen scholen zijn specialisten werkzaam die observeren, adviseren en met individuele kinderen werken.

Leerlingen met diagnoses krijgen een extra budget waarvoor bijvoorbeeld individuele ondersteuning wordt ingekocht. Dit zijn vaak studenten of jonge mensen die werkervaring willen opdoen. Er zijn financiële middelen beschikbaar om groepjes leerlingen extra les te geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling door een vakdocent.

Bij de “informal education” is de aandacht gevestigd op de kwaliteiten en talenten van alle leerlingen en sociale vaardigheden in plaats van op toetsresultaten en cognitie die binnen het onderwijs relatief veel zwaarder wegen. Alle kinderen zijn welkom en er wordt zoveel mogelijk op hun behoeften ingespeeld.

Van leraren hoorden we wel kritiek: er zijn te weinig mensen om de hulp te bieden die nodig is, de werkdruk is hoog, de salarissen zijn te laag en het beroep is niet populair (Björnsdóttir, 2017).

 

 

Deelvraag 4: Wat zijn de ervaringen van docenten, studenten en ouders op het gebied van criteria, curriculum en toetsing?

 

Er is algemene overeenstemming over het beleid wat betreft inclusieve scholen, maar schoolbestuurders en personeel vinden dat de implementatie van inclusief onderwijs onvoldoende wordt beheerd of gefinancierd (Bóasdóttir, 2017). De evaluatie van de implementatie van inclusief onderwijsbeleid in 2015 liet zien dat er algemene overeenstemming is met de ideologie van inclusief onderwijs, maar veel belanghebbenden voelden de behoefte aan meer middelen, verbeterde professionele ontwikkeling en ondersteuning voor scholen, evenals meer onderzoek om effectieve implementatie mogelijk te maken. Er bleken veel verschillende opvattingen over inclusief onderwijs te bestaan, vandaar de dringende behoefte aan nadere opheldering van dit beleid.

Veel leraren zijn met name van mening dat inclusief onderwijs tot extra werklast leidt. Bovendien voelden leraren zich niet voldoende toegerust om te voldoen aan de eisen die voortvloeiden uit meer diversiteit in de klas. Er moet worden ingegaan op de ‘grijze gebieden’ rond de rollen en verantwoordelijkheden van het ministerie en de gemeenten in dit belangrijke werkterrein, dat in zijn hart samenwerking en samenwerking op alle niveaus vereist.

 

Leraren hebben over het algemeen behoefte aan meer ondersteuning van deskundigen en ervaren de werkdruk als hoog (Steingrímsdóttir, 2017). Het bieden van inclusief onderwijs is niet altijd eenvoudig uitvoerbaar. Met name het aanpassen van werkvormen en het kunnen bieden van de juiste ondersteuning voor moeilijk verstaanbaar gedrag en eventuele lichamelijke zorg vraagt om andere deskundigheid.

De ervaringen van leraren op secondary-highschool en vocational school zijn positief. De leraren stralen enthousiasme en gedrevenheid uit.

Op enkele landelijke verplichte toetsen na zijn scholen vrij om te bepalen hoe toetsen worden ingezet (Björnsdóttir, 2017). De inspectie controleert amper op opbrengsten en komt slechts eens in de 5 à 6 jaar langs. In deze bezoeken staat de hulpvraag van de scholen centraal en niet de controle. Deze autonomie wordt door de leraren als zeer positief ervaren. De toetsing is vaak formatief en bestaat uit het geven van feedback op het leerproces. Zowel leerkrachten als ouders en leerlingen staan hier positief tegenover. Er lijkt minder sprake te zijn van een opbrengstencultuur zoals in Nederland.

Ouders mogen zelf een school voor hun kind kiezen (Bóasdóttir, R. & Þorsteinsson, R, Department of Education, Reykjavík). Ook wanneer een kind een beperking heeft, is de school verplicht het kind aan te nemen en het onderwijs te bieden dat het kind nodig heeft. Scholen maken indien nodig handelingsplannen in samenwerking met specialisten. Ouders worden betrokken bij het maken van deze plannen. Iedere zes weken wordt een groot overleg gehouden waarin het plan wordt geëvalueerd en nieuwe doelen worden gesteld. Volgens Björnsdóttir (2017) hebben ouders een positieve houding ten opzichte van inclusief onderwijs.

 

Conclusie:

Scholen en leraren ervaren veel autonomie wat betreft de uitvoering van het curriculum en toetsing. Hierdoor ligt het eigenaarschap bij de leraren en de leerlingen. Er lijkt een maatschappelijke commitment te zijn over inclusief onderwijs. Alle betrokkenen zien het belang ervan in. Toch vinden leraren het lastig om inclusief onderwijs uit te voeren. Om inclusief onderwijs succesvol te implementeren dienen zowel voorwaarden als behoeften verder verkend en vervuld te worden.

 

 

Deelvraag 5: Welke ingrediënten van inclusief onderwijs in IJsland kunnen een bron van inspiratie zijn voor de effectieve uitvoering van inclusief onderwijs in Nederland?

Ragnheiður Bóasdóttir, Ministry of Education, Science and Culture heeft ons aanbevelingen gegeven voor de invoering van inclusief onderwijs in Nederland, die wij hier graag willen noemen. Bóasdóttir (2017) geeft aan dat het van belang is een sterk gemeenschapsgevoel en een beleidsdoelstelling te creëren om hoogwaardig onderwijs te bieden aan alle leerlingen. De natie, de lokale gemeenschap en scholen moeten de voordelen van een diverse samenleving en een divers onderwijssysteem begrijpen. Een stevig fundament van wetgeving en beleid dat in overeenstemming is met internationale verdragen met betrekking tot de rechten van leerlingen is belangrijk.

Bóasdóttir adviseert een goede opleiding van leraren en het team, waarbij het team hoge verwachtingen schept voor alle leerlingen op alle schoolniveaus. Leerlingen kunnen sterker gemaakt worden door toegang tot goed lesmateriaal dat past bij hun behoeften.

Het eigenaarschap van leerlingen kan worden vergroot door leerlingen meer inspraak te geven bij besluitvorming op schoolniveau, evenals besluitvorming over hun eigen leerproces.

En laatst, maar zeer belangrijk punt is het opzetten van een financieringsmechanisme dat een succesvolle implementatie van inclusief onderwijs mogelijk maakt.

 

Onze studiereis naar IJsland heeft ons veel inspiratie bezorgd. Opvallend is het maatschappelijke commitment dat er is voor inclusief onderwijs. Alle personen die we hebben gesproken geven aan dat inclusief onderwijs belangrijk is en breed wordt gedragen. Dit kan een grote bron van inspiratie zijn voor Nederland, waar nog geen maatschappelijk overeenstemming is over het belang van inclusief onderwijs. In IJsland is iedere leerling welkom op school en wordt er gekeken welke ondersteuning er nodig is om leerlingen het best mogelijke onderwijs te bieden. Hierbij wordt het hele team en de ouders betrokken en wordt ervan uit gegaan dat leerlingen gestimuleerd kunnen worden door oefening en ondersteuning. Growth mindset is zichtbaar in de praktijk.

Een andere bron van inspiratie is de manier van toetsen in IJsland. Waar in Nederland een opbrengstencultuur heerst, is in IJsland meer ruimte voor formatieve toetsing, autonomie, eigenaarschap en talentontwikkeling bij leerlingen. Er wordt naast de zaakvakken ook tijd besteed aan handvaardigheid, tekenen, koken en muziek. Vakken waar in Nederland vaak op bezuinigd wordt.

De inspectie heeft in IJsland een meer ondersteunende rol in plaats van een controlerende. Scholen worden niet afgerekend op zwakkere opbrengsten. Door middel van dialoog wordt bekeken welke keuzes scholen maken bij de uitvoering van het curriculum en wat er eventueel anders kan.

En dan geld, een actueel discussiepunt in Nederland! Er is in IJsland duidelijk meer geld beschikbaar voor het onderwijs waardoor er meer middelen kunnen worden ingezet die nodig zijn inclusief onderwijs te bewerkstelligen.

De magische, borrelende en stomende natuur van IJsland is de kers op de taart. Het respect voor de natuur is overal waarneembaar en de natuur wordt betrokken bij het onderwijs. Er wordt veel buiten gespeeld en vele activiteiten worden buiten uitgevoerd, ook als het regent, sneeuwt of vriest.

We zijn zeer dankbaar voor de gastvrijheid van de IJslanders en de prachtige, leerzame week die we er met elkaar hebben doorgebracht.